Corderius Logo
Mentoraat
Elke leerling heeft een eigen mentor want je kunt natuurlijk niet met vijftien verschillende docenten een intensieve band krijgen. Hij of zij is het eerste aanspreekpunt als een leerling een probleem heeft maar ook de ouders kunnen bij de mentor terecht met hun vragen.

Mentoren volgen de leerlingen het hele jaar door. Vanaf havo-4 en vwo-4 blijft een mentor gekoppeld aan een groep leerlingen gedurende de rest van de studie. Tijdens het mentoruur heeft een leerling contact met de mentor. Brugklasmentoren komen aan het begin van het jaar thuis kennismaken.  

Taken van de mentor
Het bewaken van de klassensfeer; signaleren van problemen en informeren van ouders en afdelingsleider over het plan van aanpak; bemiddelen in conflicten (tussen leerlingen onderling of tussen leerling en docent); overleg voeren met ouders; voeren van motiverende of disciplinegesprekken met leerlingen; verzamelen van resultaten en bespreken met leerlingen; leerlingenbespreking met de afdelingsleider na elke cijferperiode; overleg voeren met leerlingen en ouders over keuzeschooltype, profiel; adviseren over bevorderen en doubleren en deelnemen aan mentorenoverleg. Gedurende het schooljaar kan er regelmatig overleg nodig zijn tussen school en thuis. Dit kan telefonisch met een docent, mentor, afdelingsleider of decaan. Soms is een persoonlijk gesprek beter.  

Studiebegeleiding
De overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs vereist soms een andere manier van werken. Daarom staat in het eerste half jaar het leren studeren centraal. Twee uren per week krijgen brugklassers studieles. In de tweede helft volgen leerlingen steunlessen in de vakken waarbij extra hulp nodig is. Leerlingen die geen steunlessen nodig hebben, kunnen alvast kennismaken met andere vakken (bijvoorbeeld Latijn) of kiezen voor Keuze Werk Tijd (KWT).  
Elke leerling heeft een eigen mentor want je kunt natuurlijk niet met vijftien verschillende docenten een intensieve band krijgen. Hij of zij is het eerste aanspreekpunt als een leerling een probleem heeft maar ook de ouders kunnen bij de mentor terecht met hun vragen.

Mentoren volgen de leerlingen het hele jaar door. Vanaf havo-4 en vwo-4 blijft een mentor gekoppeld aan een groep leerlingen gedurende de rest van de studie. Tijdens het mentoruur heeft een leerling contact met de mentor. Brugklasmentoren komen aan het begin van het jaar thuis kennismaken.  

Taken van de mentor
Het bewaken van de klassensfeer; signaleren van problemen en informeren van ouders en afdelingsleider over het plan van aanpak; bemiddelen in conflicten (tussen leerlingen onderling of tussen leerling en docent); overleg voeren met ouders; voeren van motiverende of disciplinegesprekken met leerlingen; verzamelen van resultaten en bespreken met leerlingen; leerlingenbespreking met de afdelingsleider na elke cijferperiode; overleg voeren met leerlingen en ouders over keuzeschooltype, profiel; adviseren over bevorderen en doubleren en deelnemen aan mentorenoverleg. Gedurende het schooljaar kan er regelmatig overleg nodig zijn tussen school en thuis. Dit kan telefonisch met een docent, mentor, afdelingsleider of decaan. Soms is een persoonlijk gesprek beter.  

Studiebegeleiding
De overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs vereist soms een andere manier van werken. Daarom staat in het eerste half jaar het leren studeren centraal. Twee uren per week krijgen brugklassers studieles. In de tweede helft volgen leerlingen steunlessen in de vakken waarbij extra hulp nodig is. Leerlingen die geen steunlessen nodig hebben, kunnen alvast kennismaken met andere vakken (bijvoorbeeld Latijn) of kiezen voor Keuze Werk Tijd (KWT).  
© Meerwegen scholengroep \ Sitemap